Voorbeeld · Installatietechniek
Doorrekening bid/no-bid nieuwbouwproject
Fictieve case. Alle getallen zijn berekend op basis van publieke sectordata (Techniek Nederland, CBS, Bol Adviseurs, UWV).
De keuze
Een installatiebedrijf (60 monteurs, jaaromzet €12M) krijgt een aanvraag voor E- en W-installatie op een nieuwbouwproject. Aanneemsom €1,2M, doorlooptijd 8 maanden. De calculator ziet 8% marge en adviseert aannemen. De bezetting is hoog, de arbeidsmarkt is krap, en het project overlapt met vier lopende opdrachten.
Het probleem met projectmarge als maatstaf
De calculator kijkt naar de marge op het project zelf. Maar er zijn niet genoeg vrije monteurs om het te bemannen zonder lopende projecten te raken. Dat tekort moet ergens vandaan komen: of je haalt monteurs van andere projecten, of je huurt ZZP-monteurs in. De eerste optie veroorzaakt onderbezetting elders, en dat heeft een prijs.
Doorrekening
Drie strategieën, doorgerekend op portfolio-niveau (lopende projecten + nieuw project):
| Aannemen (eigen personeel) |
Aannemen (deels ZZP-inhuur) |
Afwijzen | |
|---|---|---|---|
| Projectmarge nieuw project | 4,1% | 2,8% | n.v.t. |
| Schade op lopende projecten | −€18K | €0 | €0 |
| Netto portfoliowinst | €352K | €354K | €320K |
| Kans op boete/vertraging | 80% | 0% | 0% |
Wat dit verandert
ZZP-inhuur lijkt duurder. Maar doorgerekend op portfolioniveau is het verschil €2K. Dat is verwaarloosbaar op een totale portfoliowinst van €350K. Beide aannemen-opties leveren €32-34K meer op dan afwijzen.
Wat niet verwaarloosbaar is: met eigen personeel is er 80% kans op vertraging bij bestaande opdrachtgevers. De doorrekening zegt −€18K aan schade, maar een vertraagd project bij een vaste klant kost meer dan een boeteclausule. De doorrekening laat zien welke mix van eigen en ingehuurd personeel de beste verhouding geeft tussen kosten, marge en risico voor de portfolio als geheel.